In Arizona hebben we ontbeten in een tent langs de weg, Rosie’s Den. Het leek wel of we een film binnenstapten. De locals zijn ofwel oude mensen, waarbij de mannen kruimels in de baard hebben (we hebben de resten maar niet gedetermineerd) en het grijze vettige haar in een staartje of achterover gekamd, òf mannen met motoren en bijbehorend uiterlijk (je weet wel), waarvan er ééntje toch wel vermeld mag worden. Wie kent nog de grobbebollen van Tita Tovenaar? Eén bol haar, waarbij baard en kapsel één perfect geheel vormen. Alleen ogen en neus zijn te zien… Het ontbijt was trouwens prima, maar zo ongelofelijk veel.
Om een uur of drie waren we bij ons hotel, nabij the Grand Canyon, de zogenaamde South Rim. Na het inchecken zijn we bij de concierge geweest, om wat inlichtingen te vragen over de Grand Canyon en om een vluchtje te boeken over de Canyon, voor morgen. Vervolgens zijn we met de auto het oostelijke deel van de South Rim afgereden. We zijn begonnen bij het verste punt, Desert View, en zijn vervolgens naar het westen teruggereden, langs de stopplaatsen Navajo Point, Lipan Point, Moran Point en Grandview Point. De zon was inmiddels al behoorlijk laag, hetgeen fotograferen erg moeilijk maakte. Toch is het wel gelukt om een paar mooie plaatjes te schieten van dit wonderbaarlijke landschap. Je zou hier langer en vaker moeten komen om het echt te leren kennen en de patronen te herkennen, de verschillende herkenningspunten van elkaar te kunnen onderscheiden.
We moeten morgen vroeg op voor de vlucht boven the Grand Canyon. We hebben daarom vanavond een buffetje gedaan in het hotel, maar dat was geen goede keuze. Of zijn we al teveel verwend in Las Vegas waar het eten erg lekker was?