Om 9u stonden we alweer op, iets meer dan een beetje brak. Na koffie bij Starbucks reden we rond 10u naar de I-95, die ons naar het Valley of Fire State Park zou leiden. Dit park is niet zo bekend en daarom niet toeristisch, maar zou toch zeer de moeite waard zijn, volgens de boekjes.
Zoals de naam al een beetje verraad, liggen er in dit park rode rotsformaties die het landschap oranje kleuren. Door erosie door wind, regen en dergelijke zijn de rotsen (voorheen zandduinen) tot bizarre vormen getransformeerd.
Bij de ingang van het park diende er eerst afgrekend te worden. We werden bij binnenkomst meteen vergast op een prachtig uitzicht op de rode rotsformaties. Het landschap was daarvoor ook al erg mooi, maar een beetje saai. Die oranje kleuren leuken de zaak toch wel op.
De weg leidde ons langs verschillende bezienswaardigheden, waarvan de Rainbow Vista toch wel de meest bijzondere was.
In het bezoekerscentrum was een leuke tentoonstelling waarin werd uitgelegd hoe en wanneer een en ander ontstaan is. Tot enkele honderden miljoenen jaren geleden reikte de zee tot dat gebied. Toen deze zich terugtrok, zijn gigantische hoeveelheden oceaanmateriaal afgezet. Er zijn nog steeds fossielen te vinden.
We zijn met een omweg teruggereden naar Las Vegas. Onderweg hebben we nog even een stop gemaakt bij Echo Beach, aan Lake Mead, maar daar was niets te beleven. Via de I-167 en I-147 bereikten we Las Vegas aan de noordkant. De weg naar het hotel was snel gevonden. Het was echter wel de laatste rit hier, want morgen vertrekken we naar the Grand Canyon. We zijn echter de kaarten vergeten, en hebben geen gratis internet in het HRH, dus nog even puzzelen hoe we daar geraken….